Multiprobleemgezinnen

In te zetten hulp

Hulp onder drang en dwang

Deelname aan een hulpverleningstraject komt in Nederland bij voorkeur vrijwillig tot stand, maar in bepaalde gevallen is drang of dwang nodig om hulp op gang te krijgen. Het gaat dan onder andere om gezinnen met meervoudige of complexe problemen waarbij grote zorgen bestaan over de veiligheid van de jeugdigen. Dit is bij een deel van de multiprobleemgezinnen het geval.

Drang en dwang

Evaluatieonderzoeken laten zien dat hulpverleners drang en dwang als een belangrijk hulpmiddel ervaren om een doorbraak in de gezinnen te forceren. Drang is opgedrongen hulpverlening: de persoon in kwestie heeft een keuze, maar deze keuzevrijheid wordt ingeperkt door consequenties te verbinden aan de aard van de keuze. Dit betekent dat een ‘beloning’ volgt als een persoon of gezin kiest voor deelname aan een hulptraject en zich houdt aan de voorwaarden die gesteld zijn. Die ‘beloning’ bestaat eruit dat een maatregel wordt opgeschort en bij succes wordt opgeheven en er bijvoorbeeld geen melding wordt gedaan bij de Raad voor de Kinderbescherming.

Dwang wordt meestal ingezet wanneer de cliënt een gevaar is voor zichzelf of voor een ander, jeugdigen bescherming nodig hebben tegen mishandeling, verwaarlozing en misbruik, of als hulpverlening binnen een vrijwillig kader geen alternatief meer is. Het door de rechter vastgestelde kader bestaat bij ouders en hun kinderen in problematische opvoedingssituaties uit kinderbeschermingsmaatregelen. In de meeste gevallen gaat het dan om een ondertoezichtstelling.

Het is voor de hulpverlener belangrijk om te weten hoe hij bij drang en dwang toch een voet tussen de deur kan krijgen en een band kan opbouwen met het gezin. Allereerst dient de houding van de professional in het eerste contact persoonlijk, transparant, eerlijk en oprecht te zijn. Aandachtspunten voor de hulpverlener in het eerste gesprek zijn:

  • Wees duidelijk en direct over de aanleiding van het contact, mijd omwegen en een lange aanloop.

  • Benoem feiten en noem de norm of waarde die in het geding is, maar wees niet beschuldigend, defensief of moraliserend.

  • Wees bedacht op vormen van reactance en strategische zelfpresentatie. Reactance is gedrag waarmee iemand probeert persoonlijke controle en vrijheid te handhaven en externe beperkingen zo veel mogelijk buiten spel te zetten. Reageer hier gedoseerd empatisch op.

  • Exploreer de reacties van de cliënt op het opgedrongen hulpverleningscontact enerzijds en op de externe probleembenoeming anderzijds.

  • Besteed ruim aandacht aan rolverduidelijking van zowel de rol die van de cliënt wordt verwacht als de eigen rol. Maak er op realistische onderdelen een goednieuwsboodschap van.

  • Sta stil bij de voorgeschiedenis van het eerste contact (bijvoorbeeld de kinderbeschermingsmaatregel) en de verwachtingen die de cliënt heeft van de hulpverlening.

  • Wees duidelijk over wat onderhandelbaar is en wat niet.

  • Heb niet slechts oog voor problematische aspecten, maar ook voor de sterke en positieve kanten van de cliënt.

… Meer

Inschatten van onveilige situaties voor de jeugdige

Wanneer er zorgen zijn over de veiligheid van jeugdigen in het gezin vanwege (een vermoeden van) kindermishandeling, start de hulpverlening vaak niet vrijwillig. Sinds 1 juli 2013 zijn jeugdprofessionals op basis van de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling verplicht in actie te komen bij een vermoeden van kindermishandeling (zie www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/huiselijk-geweld/hulp-bieden).

Hoewel er sprake is van drang en dwang dient de professional een samenwerking en partnerschap met de gezinsleden aan te gaan. Tegelijkertijd dient hij de veiligheid te waarborgen. Bij signalen die wijzen op acuut en zodanig ernstig geweld dat de jeugdige daartegen onmiddellijk moet worden beschermd, dient de professional eenzijdig in te grijpen om de jeugdige te beschermen. Dit vraagt om een onmiddellijke reactie, zoals een (spoed)melding bij de Raad voor de Kinderbescherming, waarbij de jeugdige in veiligheid wordt gebracht.

Van belang is om meteen daarna de samenwerkingsrelatie met de ouders en de overige gezinsleden aan te gaan. Een goede samenwerking met het gezin zorgt ervoor dat hulpverleners goed zicht kunnen krijgen op de veiligheid en het welzijn van jeugdigen. Met een positieve benadering is de kans ook groter dat gezinnen meewerken, omdat zij zich niet veroordeeld voelen, maar serieus genomen worden en begrip krijgen voor de moeilijke omstandigheden waarmee zij te maken hebben.

Bartelink en Ten Berge geven de volgende adviezen aan hulpverleners die werken met gezinnen waarin sprake is van kindermishandeling of een onveilige opvoedingssituatie:

  • Stel de ontwikkeling en het welzijn van de jeugdige voorop;

  • Neem samenwerking met het gezin als uitgangspunt;

  • Wees gericht op sterke kanten en beschermende factoren.

… Meer

Deze benodigde houding en vaardigheden komen specifiek in drie methoden terug die in de kinderbescherming worden gebruikt, namelijk Signs of Safety, de Deltamethode en Verve.

  • Signs of Safety is een oplossingsgerichte benadering en is ontwikkeld om hulpverleners te helpen een goede samenwerkingsrelatie en goed partnerschap op te bouwen met gezinnen waarin (vermoedelijk) kindermishandeling speelt. Het doel van de werkwijze is dat de jeugdige (weer) veilig kan opgroeien in het gewone, dagelijkse leven in het gezin. Samen met het gezin ontwikkelt de hulpverlener een veiligheidsplan, als onderdeel van het gezinsplan. Onderzoek laat zien dat het aantal kinderbeschermingsmaatregelen en uithuisplaatsingen met Signs of Safety afneemt en dat de kans op herhaling van kindermishandeling sterk vermindert. De tevredenheid over de hulp ligt hoger bij gezinnen die met Signs of Safety te maken kregen dan gezinnen die deze methodiek niet kregen. Hulpverleners blijken bovendien beter in staat om ouders te betrekken bij het bedenken van oplossingen om de veiligheid van hun kinderen te vergroten.

  • De Deltamethode is de werkwijze van de gezinsvoogdij in Nederland bij de uitvoering van de ondertoezichtstelling (OTS) van jeugdigen. Het idee is dat de ontwikkelingsbedreiging van de jeugdige kan worden opgeheven doordat de hulpverlener een samenwerkingsrelatie met ouders en jeugdigen aangaat waarin de ontwikkeling van de jeugdige centraal staat. In de werkwijze speelt de communicatie tussen de gezinsvoogd en het gezin een belangrijke rol. De belangrijkste vaardigheden die de gezinsvoogd hiervoor tot zijn beschikking heeft zijn engageren, positioneren en het schakelen tussen deze twee posities. Onderzoek laat zien dat gezinsvoogden de doelen voor kind en gezin aanmerkelijk concreter formuleren met de Deltamethode dan met de traditionele werkwijze. Gezinsvoogden leggen meer de nadruk op het samenwerken met het gezin en op de verantwoordelijkheid van de ouders als het gaat om de opvoeding van hun kinderen.

  • Verve is gebaseerd op de visie van eigen kracht, de Deltamethode en oplossingsgericht werken/Signs of Safety. Het Verve-schema dat gebruikt wordt, is de centrale ordening van de werkwijze en bestaat uit vier ‘vensters’ die de jeugdbeschermer hanteert in dialoog met de gezinsleden, namelijk de mensen, de feiten, de weging en de volgende stappen. Uit een eerste studie blijkt dat Verve een integrale benadering is waarbij de focus meer dan voorheen, voordat er met Verve werd gewerkt, ligt op de eigen kracht en de regie zo veel mogelijk bij de ouders en hun netwerk wordt gelaten. Ouders en hun netwerk worden bijvoorbeeld vaker betrokken bij het opstellen van een plan, of er wordt een familienetwerkberaad georganiseerd. Er lijkt eerder onderling overleg tussen de verschillende betrokken organisaties te zijn.

… Meer

Aanbevelingen
Omgaan met diversiteit
Reageer!