Multiprobleemgezinnen

Naar schatting is in drie tot vijf procent van alle gezinnen in Nederland sprake van meervoudige en complexe problematiek. Het gaat om 75.000 tot 116.000 zogenaamde multiprobleemgezinnen: een gezin waar minimaal één ouder en één kind langdurig kampt met een combinatie van sociaal-economische en psychosociale problemen. Veel jeugdprofessionals vinden het moeilijk om multiprobleemgezinnen de juiste hulp te bieden. Want werken met deze gezinnen vergt een bijzondere aanpak. Bovendien roept de term multiprobleemgezin vaak negatieve associaties op, ook bij hulpverleners. De nieuwe richtlijn Multiprobleemgezinnen voor jeugdhulp en jeugdbescherming kiest daarom voor een positieve benadering. Hoe kun je als hulpverlener het gezin benaderen vanuit zijn kracht en mogelijkheden in plaats vanuit problemen? Hoe definieer je samen met het gezin wat de problemen zijn en waaraan gewerkt moet worden? En hoe betrek je de omgeving erbij? Op deze en andere vragen geeft de richtlijn een antwoord.

Informatie voor ouders

Inleiding

In elk gezin gebeurt wel eens wat. Er is ruzie, een van de gezinsleden is ziek of er zijn andere dingen aan de hand (zoals bijvoorbeeld geldzorgen). Dat is voor niemand prettig. Gelukkig gaan de meeste problemen weer over, en komen gezinnen er zelf weer bovenop. Maar dat geldt niet voor allemaal. In sommige gezinnen spelen een hoop problemen tegelijkertijd, en lukt het ouders en kinderen niet om deze de baas te worden. De problemen vormen dan een kluwen: ze hebben allemaal met elkaar te maken en zijn daarom lastig te ontwarren. Zulke gezinnen krijgen meestal wel hulp van allerlei instanties, en hebben vaak ook al veel hulp gehad. Toch levert al die hulp niet altijd wat op. En dat leidt tot teleurstellingen. Vandaar dat deze ouders en kinderen vaak niet staan te springen om weer een nieuwe hulpverlener in hun gezin toe te laten.
Om de ouders en kinderen uit deze gezinnen toch te kunnen helpen, is er een richtlijn ontwikkeld. Deze richtlijn beschrijft wat hulpverleners in de jeugdhulp en jeugdbescherming samen met de ouders kunnen doen om hun leven en dat van hun kind(eren) weer op de rit te krijgen. Dat is belangrijk, want kinderen moeten zich goed kunnen ontwikkelen. Zo kunnen ze later hun weg in de maatschappij vinden. Als er allerlei problemen zijn, lukt dat niet altijd of niet gemakkelijk. Het is dus belangrijk om de problemen thuis aan te pakken.

In dit document vatten we de richtlijn kort samen. Het is handig als u van deze richtlijn op de hoogte bent. Zo weet u wat u van hulpverleners in de jeugdhulp en de jeugdbescherming kunt verwachten. Ook kunt u deze informatie gebruiken als hulpmiddel bij het overleg met de hulpverlener.

Aanmelding… en dan?

U krijgt één vaste hulpverlener toegewezen. Die gaat met u aan de slag om de problemen thuis aan te pakken. U overlegt samen wat er moet gebeuren, en bespreekt regelmatig met elkaar hoe het nu gaat en hoe de situatie verder kan worden verbeterd. De hulpverlener helpt u bij de dingen waar u niet uitkomt. Hij doet dus geen dingen op eigen houtje, maar bespreekt ze eerst met u.
Vaak vinden mensen het vervelend als ze voor de zoveelste keer hun verhaal moeten vertellen. Met uw toestemming neemt de hulpverlener daarom contact op met de instanties die al bij uw gezin betrokken zijn. Om u goed te kunnen helpen, moet de hulpverlener weten wat er aan de hand is en welke hulp u al krijgt of heeft gekregen. Hij moet weten welke problemen er spelen, hoe het met u en uw kind gaat, en wat er allemaal nog meer van belang is. Maar hij wil ook graag weten wat er goed gaat en wat u in het verleden goed heeft geholpen. Verder wil hij weten of u mensen om u heen hebt (vrienden, familie, kennissen, buren) die u (kunnen) helpen. Ook met hen zoekt hij contact, samen met u of in overleg met u. De hulpverlener wint dus informatie in bij andere hulpverleners en de mensen om u heen, als u dat goed vindt. Maar hij wil ook graag van uzelf horen hoe ú tegen uw problemen aankijkt. En hoe het met uw kind gaat en hoe hij of zij zich ontwikkelt. Misschien heeft uw kind meer nodig dan u op dit moment kunt bieden. De vraag is dan wat ú nodig heeft om uw kind beter te kunnen ondersteunen.
Is uw kind oud genoeg om zelf een gesprek te voeren, dan wil de hulpverlener ook graag met uw kind praten. Zo wil hij graag weten hoe het gaat op school, of uw kind contact heeft met andere kinderen, en wat hij of zij van de situatie vindt. Allemaal dingen die van belang zijn om te kunnen bepalen wat er nu verder moet gebeuren.

Doelen vormen samen een gezinsplan

Een belangrijke vraag is welke doelen u hebt. Wat wenst u met de hulp te bereiken, op korte en op lange termijn, en zo concreet mogelijk geformuleerd. De hulpverlener vraagt bijvoorbeeld wat er volgens u precies aan uw situatie moet veranderen. En wat er moet gebeuren om dat voor elkaar te krijgen. Welke dingen zou u zelf kunnen doen? Wat kunt u doen met steun van de mensen om u heen? En waarbij heeft u professionele hulp nodig? Daarover praat u met de hulpverlener. Die schrijft alles op, in uw eigen woorden. Zo komt u samen tot een gezinsplan. Daarbij worden ook de mensen om u heen en de andere instanties en hulpverleners betrokken. U stelt samen vast wat er moet gebeuren om de problemen thuis aan te pakken, en welke professionele hulp u hierbij nodig hebt. Als dat nodig is, maakt u ook samen een veiligheidsplan. Dat wil zeggen dat u met elkaar afspreekt wat u moet doen als u, uw kind of andere gezinsleden zich onveilig voelen. Deze afspraken worden in het gezinsplan opgenomen. Het is erg belangrijk om duidelijke, concrete afspraken te maken en die in het gezinsplan vast te leggen. Zo kunt u samen goed in de gaten houden of de hulp (nog steeds) aansluit bij uw doelen en of er iets verbetert. Het plan is namelijk een werkplan: het kan onderweg worden aangepast als dat nodig is. Daarom gaat de hulpverlener regelmatig met u na of uw gezinsplan nog voldoet. En of de hulp het gewenste resultaat geeft. Het kan zijn dat de doelen moeten worden bijgesteld, maar het kan ook zijn dat u een andere vorm van hulp nodig heeft. De hulpverlener komt hier in de gesprekken met u regelmatig op terug.

Wat kunt u nog meer van de hulpverlener verwachten?

De hulpverlener staat u op allerlei terreinen bij. Zo helpt hij u met praktische zaken, meestal bij u thuis. Hij komt met handige tips en houdt samen met u in de gaten hoe het met uw kind is gesteld. Daarnaast houdt hij het overzicht over alle hulp die u krijgt. Dat betekent dat hij uw aanspreekpunt is. Als u ergens mee zit, dan kunt u dus het beste het eerst naar hem toe gaan. Hij zal u dan zelf proberen te helpen. Lukt dat niet, dan regelt hij andere hulp.
Hij kan ook hulp inschakelen als u of uw kind psychische problemen of een andere beperking heeft. Er zijn speciale methoden om zulke problemen aan te pakken. De hulpverlener kiest als het even kan voor een manier die bij andere gezinnen veel effect heeft gehad.
Verder probeert hij u en uw omgeving steeds meer de regie te geven over uw eigen situatie. Hij blijft zo lang als nodig is betrokken bij uw gezin. Gaat het niet zo goed, dan kan hij ook andere hulpverleners inschakelen of hun om raad vragen.

Tips voor ouders

Als ouder bent u verantwoordelijk voor de opvoeding en ontwikkeling van uw kind. Wanneer u het gezag over uw kind heeft, is het uw recht (en ook uw plicht) om uw minderjarige kind te verzorgen en op te voeden. Uw kind blijft altijd uw kind, ook als hij of zij (tijdelijk) niet bij u woont of u (tijdelijk) het gezag niet volledig mag uitoefenen omdat er een ondertoezichtstelling is. Houd zelf zo veel mogelijk de regie. De hulpverlener onderzoekt met u wat uw mogelijkheden zijn: wat kunt u doen om uw zoon of dochter verder te helpen? Laat uw mening blijken. Geef het bijvoorbeeld op tijd aan als een advies niet bij u of uw kind past, en kijk samen met de hulpverlener wat u daaraan kunt doen.

Meer informatie?

Deze Richtlijn Multiprobleemgezinnen voor jeugdhulp en jeugdbescherming is gebaseerd op literatuur en gesprekken met deskundigen en cliënten. De richtlijn kunt u hier nalezen.

Reageer!