Multiprobleemgezinnen

Het vaststellen van ‘goed genoeg’ ouderschap

Goed genoeg ouderschap

Volgens de Engelse kinderarts en psychoanalyticus Donald W. Winnicott, van wie de term ‘goed genoeg ouderschap’ afkomstig is, houdt de term in: een stabiele, zorgzame en liefdevolle ‘bemoedering’ van het kind, waardoor het kind zich goed ontwikkelt. Goed genoeg ouderschap is volgens Hoghughi en Speight ‘een proces dat op een adequate manier tegemoetkomt aan de behoeften van het kind, volgens bestaande culturele standaarden die kunnen veranderen van generatie tot generatie’.

Naast basisbehoeften als lichamelijke verzorging, voeding en bescherming hebben jeugdigen drie emotionele behoeften, namelijk:

  1. liefde, zorg en verbintenis;
  2. controle en het consistent stellen van grenzen;
  3. het stimuleren van de ontwikkeling.

Samengevat definiëren De Vries en collega’s goed genoeg ouderschap als ouderschap dat kinderen voldoende ondersteunt in hun ontwikkeling.

Ouderschap speelt zich niet af in een vacuüm, maar wordt voortdurend beïnvloed door talloze factoren. Of er sprake is of kan zijn van goed genoeg ouderschap en of een jeugdige zich goed kan ontwikkelen, hangt af van een ingewikkeld samenspel van factoren.

Als vuistregel geldt dat naarmate er meer risicofactoren in het gezin aanwezig zijn, er ook meer beschermende factoren aanwezig moeten zijn wil het ouderschap goed genoeg kunnen zijn. Met andere woorden: draaglast en draagkracht dienen in balans te zijn. De ouders zelf, de jeugdige maar ook de situatie in het gezin, het sociale netwerk, de professionele hulpverlening en de maatschappelijke context kunnen daarbij van positieve of negatieve invloed zijn.

Goed genoeg ouderschap kan volgens De Vries en collega’s pas plaatsvinden wanneer aan een aantal voorwaarden is voldaan. Zo dient de samenleving bijvoorbeeld voldoende mogelijkheden te bieden om kinderen en jongeren op te voeden.

De Nederlandse wetgeving heeft zich geconformeerd aan het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Hierin is onder andere bepaald dat de overheid voorzieningen dient te creëren voor de zorg van jeugdigen (artikel 18 lid 2 IVRK), en dat de overheid ouders, wanneer nodig, een toereikende levensstandaard moet bieden (artikel 27 IVRK). Tegelijkertijd heeft de overheid de plicht om de jeugdige te verzekeren van de bescherming en zorg die nodig zijn voor zijn welzijn (artikel 3 lid 2 IVRK). Dat betekent: voorzieningen bieden ter voorkoming van kindermishandeling (artikel 19 IVRK) en alle passende maatregelen bieden ter bevordering van het herstel na kindermishandeling (artikel 39 IVRK).

In kaart brengen van ouderschap
Kwalificaties van ouderschap
Reageer!