Multiprobleemgezinnen

Het vaststellen van ‘goed genoeg’ ouderschap

Beoordelen van ouderschap

Op basis van een inventarisatie van wetenschappelijk onderzoek en ervaringen van hulpverleners hebben Heiner en Bartels twaalf condities voor optimale ontwikkeling opgesteld, waarin aangegeven wordt wat een jeugdige nodig heeft voor een optimale ontwikkeling. Wanneer er in grote mate van deze eisen wordt afgeweken, kan worden gesproken over een bedreiging van de ontwikkeling van de jeugdige. Zijlstra heeft deze twaalf condities in haar promotieonderzoek nader onderzocht en heeft hier twee voorwaarden aan toegevoegd.

De volgende veertien voorwaarden komen uit de studie naar voren, die zijn gelegen in het gezin (1-7) en de samenleving (8-14). Het ‘framework’ uit de vorige paragraaf kan worden gebruikt om de ontwikkeling van de jeugdige, de opvoedingscapaciteiten van de ouders/opvoeders en de gezins- en omgevingsfactoren die een rol spelen in kaart te brengen, en kan dienen als kapstok om een compleet beeld te krijgen en niets te vergeten. Onderstaande voorwaarden dienen vervolgens als een ‘beoordelingskader’, een normatief kader waarmee de verzamelde informatie beoordeeld kan worden. De hulpverlener weegt met dit beoordelingskader of de situatie rond de jeugdige als ‘goed genoeg’ te typeren is. Dit is een afweging die in iedere situatie gemaakt moet worden.

  • Adequate verzorging. Adequate verzorging refereert aan de zorg voor de gezondheid en het fysieke welbevinden van de jeugdige. De ouders zorgen voor onderdak, kleding, voeding en persoonlijke spulletjes. Er is een inkomen om hierin te voorzien. Daarnaast hebben de ouders geen zorgen over de manier waarop zij voorzien in de verzorging van hun kind.

  • Veilige fysieke directe omgeving. Een veilige fysieke directe omgeving geeft fysieke bescherming aan de jeugdige. Dit impliceert de afwezigheid van fysiek gevaar in de woning of buurt waar de jeugdige woont. Er zijn geen bedreigende toxische invloeden in de woning of buurt. De jeugdige wordt niet bedreigd door een vorm van kindermishandeling.

  • Affectief klimaat. Een affectief klimaat betekent dat de ouders hun kind emotionele bescherming, steun en begrip geven. Er is sprake van een veilige hechting tussen ouder en kind. Er is sprake van wederzijdse genegenheid.

  • Ondersteunende flexibele opvoedingsstructuur. Een ondersteunende flexibele opvoedingsstructuur bevat aspecten zoals:

    • –        voldoende regelmaat in het leven van alledag;
    • aanmoediging, stimulering en instructie;
    • grenzen en regels stellen en inzicht in de argumenten die grenzen en regels geven;
    • controle uitoefenen over het gedrag van de jeugdige;
    • voldoende ruimte schenken aan de wensen van de jeugdige, en hem de vrijheid geven om zelf initiatief te nemen en te experimenteren, evenals de vrijheid om te onderhandelen over wat voor de jeugdige belangrijk is;
    • de jeugdige krijgt niet meer verantwoordelijkheid dan hij aankan, ervaart binnen die begrenzing de gevolgen van zijn gedrag, en leert zo de gevolgen in te schatten en zijn gedrag af te wegen.
  • Adequaat voorbeeldgedrag door ouders. De ouders laten gedrag, normen en waarden zien die voor de jeugdige later waarschijnlijk van belang zijn en die hij kan overnemen.

  • Interesse. Ouders hebben interesse in hun kind, in zijn leefwereld en persoon.

  • Continuïteit in opvoeding en verzorging, toekomstperspectief. De ouders zorgen zodanig voor hun kind dat veilige hechting optreedt. De jeugdige heeft vertrouwen in de aanwezigheid van de ouders en ervaart een toekomstperspectief.

  • Veilige fysieke wijdere omgeving. Zowel de buurt waarin de jeugdige opgroeit als de samenleving is veilig. Criminaliteit, oorlog, natuurrampen, ziekten et cetera bedreigen de ontwikkeling van de jeugdige niet.

  • Respect. De behoeften, wensen, gevoelens en verlangens van de jeugdige worden serieus genomen door de omgeving en samenleving waarin de jeugdige leeft. Er is geen sprake van discriminatie wegens achtergrond, etniciteit of religie.

  • Sociaal netwerk. De jeugdige en zijn familie hebben een sociaal netwerk waar zij op terug kunnen vallen.

  • Educatie. De jeugdige krijgt scholing en opleiding en de gelegenheid zijn persoonlijkheid en talenten te ontplooien (bijvoorbeeld via sport of muziek).

  • Omgang met leeftijdgenoten. De jeugdige heeft de mogelijkheid om te gaan met leeftijdsgenoten in gevarieerde situaties, geschikt voor zijn leeftijd.

  • Adequaat voorbeeldgedrag in de samenleving. De jeugdige heeft contact met andere jeugdigen en volwassenen die een voorbeeld zijn voor huidig en toekomstig gedrag en die belangrijke normen en waarden kunnen overbrengen.

  • Stabiliteit in levensomstandigheden, toekomstperspectief. De omgeving waarin de jeugdige leeft, verandert niet onvoorzien en onverwachts. Veranderingen komen aangekondigd en er wordt rekening gehouden met de jeugdige. Personen met wie de jeugdige zich identificeert en die ondersteuning bieden zijn continu beschikbaar. De samenleving biedt mogelijkheden en een toekomstperspectief.

… Meer

Hoewel deze voorwaarden niet in een specifieke volgorde van belang staan, is er wel degelijk verschil tussen de verschillende voorwaarden in de invloed op de ontwikkeling van de jeugdige. Zo vormen de voorwaarden ‘continuïteit in opvoeding en verzorging’ en ‘stabiliteit in levensomstandigheden’ basisvoorwaarden. Wanneer deze afwezig zijn, wordt de ontwikkeling van de jeugdige serieus bedreigd. Op lange termijn kan de afwezigheid van deze basisvoorwaarden leiden tot onherroepelijke ontwikkelingsschade.

De veertien voorwaarden kunnen volgens de klankbordgroep als kader worden gebruikt bij het beoordelen of er sprake is van goed genoeg ouderschap, maar het zijn geen harde criteria. De voorwaarden kunnen als een leidraad worden gezien, de jeugdprofessional kán ze gebruiken. De klankbordgroep geeft aan dat de situatie per gezin dient te worden beoordeeld.

Hulpmiddelen bij het in kaart brengen en beoordelen van ouderschap
In kaart brengen van ouderschap
Reageer!