Multiprobleemgezinnen

Gezinsplan, doelen en het volgen van de hulp

Het monitoren en evalueren van de hulpverlening

Monitoring als werkzame factor

Monitoring lijkt een werkzaam onderdeel te zijn van effectieve hulp. Hierbij wordt niet alleen bedoeld het meten van de problemen aan het begin en het einde van de hulp om te kijken of de problemen voldoende zijn afgenomen; het gaat ook om het monitoren van het effect gedurende de hulp. Door regelmatig het effect van de hulp te meten kan worden bijgehouden of de cliënt tevreden is, of er voldoende aan de doelen is gewerkt en of er voortgang zit in de te leren vaardigheden of de afname van de problematiek. Het is een middel om te signaleren welke hulpverleningstrajecten onvoldoende resultaat opleveren. Doelen vormen daarbij een belangrijke toetssteen; door monitoring ontstaat communicatie over de vraag wat nodig is om de doelen alsnog te bereiken.

Hoe te monitoren en evalueren?

Hier worden twee manieren van monitoring omschreven:

  • De Goal Attainment Scaling (GAS) is een internationaal bekende methode voor het operationaliseren en scoren van doelen in de hulpverlening. Met de methode kan per behandelaspect concreet worden vastgelegd in hoeverre en bij welk niveau van functioneren het doel behaald is op een van tevoren gemaakte individuele schaal. Ook kan worden vastgelegd wanneer er sprake is van een eventuele achteruitgang in functioneren, wanneer er sprake is van vooruitgang zonder dat het doel is behaald, en wanneer er sprake is van vooruitgang die verder of véél verder gaat dan het gestelde doel. De methode helpt volgens Van Yperen en Van der Steege bij het expliciteren van de hulpvragen en het actief ondersteunen van de cliënt. Ook raken hulpverleners erdoor gemotiveerd om doelen op elkaar af te stemmen en in dat kader beter met elkaar samen te werken.

  • Ook schaalvragen kunnen van pas komen als de hulpverlener met het gezin wil bespreken in welke mate de doelen zijn behaald. Schaalvragen worden gesteld om de voortgang vast te stellen en op basis daarvan in gesprek te gaan: wat zit er in dit cijfer, wat is er nodig om één of twee punten hoger te komen? De hulpverlener vraagt de gezinsleden antwoord te geven op een schaal van 0 tot 10: waar bevinden ze zich en waar willen ze naartoe? De 10 staat dan voor de gewenste situatie of de situatie waarin alle doelen zijn bereikt. De vragen zijn over het algemeen niet bedreigend en het doorvragen op het cijfer kan veel informatie opleveren over de manier waarop de gezinsleden het betreffende onderwerp beleven. Schaalvragen zijn bedoeld om de mate van vooruitgang te bepalen, plus de motivatie van de gezinsleden en het vertrouwen dat ze hun doelen bereiken.

… Meer

Op de vraag wanneer precies gemonitord dient te worden is geen eenduidig antwoord te geven. Nugter en Buwelda geven aan dat er meerdere manieren zijn om scores op meetinstrumenten te gebruiken. Wanneer de jeugdige in een onveilige situatie zit, is monitoring volgens Rose een continu proces. Daarbij vraagt de jeugdprofessional zich continu af of de jeugdige veilig is en of de hulp nog toereikend is.

Het meten van resultaten
Het stellen van doelen
Reageer!