Multiprobleemgezinnen

Effectief casemanagement en de houding van de professional

Activeren, doen wat nodig is en integraal werken

De vaste hulpverlener hanteert een integrale aanpak bij de hulp aan het gezin. Dit betekent dat hij breed en domeinoverstijgend kijkt, oog heeft voor alle problemen waarmee het gezin kampt, en dat hij concrete acties uitvoert of laat uitvoeren. Hij doet kortom wat nodig is. Dit vraagt om discretionaire handelingsruimte.

De vaste hulpverlener hanteert over het algemeen geen gestandaardiseerde methodiek of interventie met een vast stappenplan, protocol en vaste fasering. Eerder kenmerkt de werkwijze bij multiprobleemgezinnen zich, zoals bij het wraparound care model, door een model met een aantal inhoudelijke uitgangspunten.

Dit wordt vervolgens vertaald naar een werkwijze die flexibel en op maat inspeelt op wat het gezin op dat moment nodig heeft. Soms is dat een periode van intensieve betrokkenheid en meedoen door de vaste hulpverlener; in andere periodes houdt hij het gezin van een afstandje in de gaten en zijn andere hulpverleners of specialisten aan zet. Het tijdig kunnen inzetten van de benodigde hulp voor multiprobleemgezinnen vraagt om samenwerking op bestuurlijk-organisatorisch niveau tussen de betrokken organisaties.

Activeren van eigen kracht

Een belangrijk uitgangspunt is dat de vaste hulpverlener de eigen kracht van de gezinsleden activeert. Daartoe praat de hulpverlener mét het gezin in plaats van over het gezin, staat hij naast het gezin in plaats van ertegenover en activeert hij in plaats van dat hij overneemt. De hulpverlener kan hierbij empowerment inzetten of een oplossingsgerichte benadering kiezen. De kern is dat de verantwoordelijkheid bij het gezin ligt en de hulpverlener de focus legt op wat de gezinsleden willen bereiken en wat er daarin al goed gaat.

Het sociale netwerk mobiliseren

De vaste hulpverlener stimuleert de gezinsleden om gebruik te maken van hulpbronnen in hun directe sociale omgeving om de doelen die in het gezinsplan staan te bereiken. Bij het opstellen van het gezinsplan wordt eerst gekeken welke mensen uit het sociale netwerk van het gezin een steentje kunnen bijdragen. Pas daarna wordt gekeken welke ondersteuning hulpverleners kunnen bieden. Het ‘sociale netwerk’ wordt hierbij breed opgevat: familie, vrienden, buurtbewoners, mensen uit de kerk of moskee, (oud)klasgenoten, docenten of collega’s, lotgenoten of vrijwilligers. Een sociaal netwerk dat bij de zorg rond het gezin is betrokken, de aanwezigheid van voldoende sociale steun en een netwerk dat zich medeverantwoordelijk voelt voor de opvoeding van de jeugdigen vormen belangrijke beschermende factoren, ook bij multiprobleemgezinnen.

Het mobiliseren van het sociale netwerk en het samenwerken met de mensen rond een gezin kan in verschillende stappen vorm krijgen. Een eerste stap is meestal om samen met de gezinsleden de mensen om hen heen in beeld te brengen. Een belangrijke en behulpzame vraag hierbij is: wie vinden het belangrijk dat het goed gaat met uw kind(eren)?

Een volgende stap is het helder krijgen van de steun die mensen uit het netwerk kunnen of willen bieden. Dit kan in een bijeenkomst waarin gezamenlijk een plan gemaakt wordt met de gezinsleden, de mensen uit het netwerk en de betrokken hulpverleners (zie paragraaf 4.1.1 in de complete richtlijn, pdf).

Tot slot probeert de vaste hulpverlener samen met de gezinsleden de mensen uit het sociale netwerk betrokken te houden. Dit betekent regelmatig contact hebben, bezien of de afgesproken acties worden uitgevoerd en regelmatig evaluaties houden met elkaar over de voortgang.

Zo lang en intensief als nodig

Soms is kortdurende hulp nodig om orde op zaken te stellen of om direct in te grijpen als er bijvoorbeeld sprake is van een acute onveilige situatie voor de jeugdigen in het gezin. Vaker is het nodig om langdurig betrokken te blijven bij multiprobleemgezinnen. Om een vinger aan de pols te houden, opnieuw hulp te verlenen als het gezin terugvalt of om te stutten en te steunen.

De behoefte aan langdurige zorg en ondersteuning voor multiprobleemgezinnen wordt in de literatuur wel onderkend, maar heeft nog weinig vertaling gekregen in de praktijk van de hulpverlening. Drost wijst op de hardnekkige en moeilijk veranderbare patronen in multiprobleemgezinnen die langdurig stutten en steunen van het gezin noodzakelijk maken. Vaak zal de hulp zich moeten richten op het tegengaan of beperken van de gevolgen van de problematiek. Van het grootste belang is dat de hulp langdurig beschikbaar blijft, soms met een dun lijntje, maar wel zó dat de kans op terugval zo klein mogelijk wordt. Als er wel terugval dreigt, moet het mogelijk zijn dat de hulpverlener direct meer uren krijgt om in het gezin aan de slag te gaan.

Hulpverleners die langdurig en intensief betrokken zijn bij een gezin lopen het risico ‘ingezogen’ te raken en de grens voor wat ‘normaal’ en veilig is voor jeugdigen steeds verder naar beneden bij te stellen (beroepsdeformatie). Ze kunnen dan niet meer met een professionele en enigszins afstandelijke blik naar het gezin kijken.

Om dit te voorkomen is het van belang dat de vaste hulpverlener structureel goed begeleid en ondersteund wordt, bijvoorbeeld met intervisie, werkbegeleiding of coaching. Ook is het van belang dat organisaties stabiliteit en continuïteit bevorderen door hulpverleners te faciliteren en de ruimte te geven meerdere jaren bij multiprobleemgezinnen betrokken te blijven.

De klankbordgroep benadrukt het belang van teamwork en ondersteuning vanuit zowel dit team, waar onder andere een gedragswetenschapper deel van uitmaakt, als de organisatie. De ondersteuning zou zich volgens de klankbordgroep op drie niveaus moeten afspelen: op casusniveau, op het niveau van persoonlijke functioneren en op het niveau van kennisontwikkeling.

Samenwerking tussen hulpverleners
Eén vaste hulpverlener
Reageer!