Middelengebruik

De Richtlijn Middelengebruik gaat over kinderen en jongeren met risicovol middelengebruik binnen de jeugdhulp en jeugdbescherming. Middelengebruik is onderdeel van onze maatschappij. Alcohol en nicotine worden door volwassenen volop gebruikt. En ook cannabis is in Nederland voor volwassenen verkrijgbaar. Jongeren experimenteren met middelengebruik in hun groei naar volwassenheid. Enerzijds lijkt dit een geaccepteerd gegeven, anderzijds wordt steeds duidelijker dat middelengebruik op jonge leeftijd consequenties heeft voor risico’s op misbruik en afhankelijkheid van middelen, voor ontwikkeling van andere psychiatrische en persoonlijkheidsstoornissen en voor allerlei problemen op sociaal-maatschappelijk gebied. Het belang van heldere aanwijzingen voor jeugdprofessionals voor signalering van risicovol middelengebruik en voor begeleiding en behandeling van jongeren met risicovol middelengebruik is dan ook groot.

Info voor ouders

Inleiding

Dit document gaat over middelengebruik door kinderen en jongeren. Dat wil zeggen: over kinderen en jongeren die alcohol drinken en/of drugs gebruiken. Kinderen en jongeren vinden het vaak interessant en spannend om met zulke middelen te experimenteren. Dat hoeft geen probleem te zijn, zo lang het gebruik binnen de perken blijft. Maar iemand kan ook aan drank of drugs verslaafd raken. Kinderen en jongeren die al te maken hebben met jeugdhulp of jeugdbescherming zijn wat dit betreft extra kwetsbaar. Zij lopen een verhoogd risico om door middelengebruik in de problemen te komen.

Ook u bent de ouder van een kind dat mogelijk experimenteert met drugs en/of alcohol. Om, u en uw kind te kunnen helpen, is er sinds kort een Richtlijn Middelengebruik voor jeugdhulp en jeugdbescherming. Hierin staat wat jeugdhulpverlener samen met u kunnen doen om het middelengebruik aan te pakken. Is het middelengebruik nog geen probleem, dan kunt u met de hulpverleners bespreken op welke manier probleemgebruik kan worden voorkomen. Is er al wel van een probleem sprake, dan zullen de hulpverleners er alles aan doen om samen met u te voorkomen dat uw kind verslaafd raakt.

Op deze pagina vatten we de richtlijn kort samen. Het is handig als u van deze richtlijn op de hoogte bent. Zo weet u wat u van jeugdhulpverleners kunt verwachten. Ook kunt u deze informatie gebruiken als hulpmiddel bij het overleg met de hulpverlener van uw kind.

Is er wat aan de hand?

Om te bepalen hoe het met het middelengebruik van uw kind is gesteld, vraagt de hulpverlener bij het eerste contact aan uw kind of hij alcohol drinkt of drugs gebruikt. Ook later, tijdens de begeleiding en/of behandeling, brengt de hulpverlener het onderwerp steeds weer ter sprake. Hij let er ook op of uw kind rookt. Kinderen die al op jonge leeftijd roken hebben namelijk een grotere kans om later aan andere middelen (zoals drank en/of drugs) verslaafd te raken.

Rookt of drinkt uw kind inderdaad, of gebruikt uw kind drugs, dan neemt de hulpverlener bij uw kind een vragenlijst af. Daarmee kan worden vastgesteld hoe veel en hoe vaak uw kind middelen gebruikt, en of dit gebruik volgens experts nog door de beugel kan. Als blijkt dat uw kind meer gebruikt dan wenselijk is, dan neemt de hulpverlener nóg een vragenlijst af. Hierin wordt gevraagd naar de reden(en) van het middelengebruik. Ook wordt uw kind gevraagd of hij zijn middelengebruik zélf problematisch vindt.

Blijkt uit de antwoorden op beide vragenlijsten dat het middelengebruik van uw kind problematisch is of uit de hand dreigt te lopen, dan zoekt de hulpverlener contact met een verslavingsdeskundige. Dat gebeurt ook als er sprake is van ernstige (gedrags)problemen die misschien met middelengebruik samenhangen. Een verslavingsdeskundige kan vaststellen of uw kind verslaafd is of niet. Liefst wordt er een verslavingsdeskundige binnen de eigen instelling gezocht.

Wat kan ik van de hulp verwachten?

Van uw hulpverlener mag u verwachten dat hij u bij de behandeling betrekt en u goed op de hoogte houdt. U bent tenslotte de ouder, dus u heeft het recht om te weten wat er speelt en het recht om daarover mee te praten. Uw hulpverlener moet beslissingen samen met u nemen.

Gebruikt uw kind middelen maar is hij (nog) niet verslaafd, dan krijgt hij begeleiding. Deze is erop gericht verslaving te voorkomen. Is uw kind wel verslaafd, dan wordt hij behandeld door een verslavingsdeskundige. Het mooist is het als deze binnen de eigen instelling werkzaam is. Anders vindt de behandeling plaats in samenwerking met de verslavingszorg.

De hulpverlener stelt het onderwerp ‘middelengebruik’ steeds weer aan de orde. Het oogluikend toestaan van middelengebruik of het negeren van dit onderwerp is geen optie. Het stopzetten van de begeleiding of behandeling is dat ook niet, behalve in extreme gevallen. De hulpverlener van uw kind wijst uw kind dus niet zonder meer de deur als blijkt dat hij middelen gebruikt of (meer) middelen is gaan gebruiken.

Aanbevolen vragenlijsten en gesprekstechnieken

In de richtlijn worden bepaalde vragenlijsten en gesprekstechnieken aanbevolen voor de zorg aan kinderen die middelen gebruiken. Hieronder hebben we ze op een rijtje gezet.

Vragenlijsten voor het vaststellen van middelengebruik:

  • Screeningslijst Middelengebruik bij Adolescenten;

  • CRAFFT;

  • SumID-Q (alleen voor jongeren met een lichte verstandelijke beperking);

  • Vragenlijst Analyse Middelengebruik.

… Meer

Werkzame onderdelen van behandeling:

  • motiverende gespreksvoering;

  • cognitieve gedragstherapie;

  • contingency management;

  • systeembehandeling.

… Meer

Tips voor ouders

Als ouder bent u verantwoordelijk voor de opvoeding en ontwikkeling van uw kind. Wanneer u het gezag over uw kind heeft, is het uw recht (en ook uw plicht) om uw minderjarige kind te verzorgen en op te voeden. Uw kind blijft altijd uw kind, ook als uw kind (tijdelijk) niet bij u woont. Dat geldt ook als u het gezag niet heeft, of als u (tijdelijk) het gezag niet volledig mag uitoefenen omdat er een ondertoezichtstelling is.

Blijf dus altijd betrokken en houd zelf zo veel mogelijk de regie. Uw hulpverlener onderzoekt samen met u wat uw mogelijkheden zijn: wat wilt en kunt u doen om uw zoon of dochter verder te helpen? Sta open voor adviezen en probeer daar iets mee te doen, maar laat ook uw mening blijken. Geef het bijvoorbeeld op tijd aan als een advies niet bij u of uw kind past, en kijk samen met uw hulpverlener wat u daaraan kunt doen.

Meer informatie?

Deze Richtlijn Middelengebruik voor jeugdhulp en jeugdbescherming is gebaseerd op literatuur en gesprekken met deskundigen en cliënten. De richtlijn kunt u nalezen op richtlijnenjeugdhulp.nl.

Reageer!