Middelengebruik

Basishouding en competenties

Kernaanbevelingen

Kernaanbevelingen:

  • Rook niet in de nabijheid van jeugdigen en/of hun ouders. Wees je, los van de schade die ook passief roken met zich meebrengt, bewust van de boodschap die je afgeeft wanneer je dit wel doet, zeker in het licht van de risico’s die middelen gebruikende jeugdigen in de jeugdhulp en jeugdbescherming lopen. Bedenk alternatieven voor de rookpauze als dat doorgaans het moment is om informele gesprekken te voeren. Ga bijvoorbeeld een wandeling maken of ga samen sporten.
  • Wees je bewust van je eigen visie op middelengebruik en van je eigen manier van omgaan met verslavende middelen. Praat hierover binnen je eigen team.
  • Realiseer je in je contacten met jeugdigen (en in multidisciplinair overleg over jeugdigen) het volgende: gedogen of negeren van middelengebruik is geen optie, het weigeren van verdere begeleiding of behandeling vanwege middelengebruik evenmin.
  • Verwijs door naar de verslavingszorg wanneer er sprake is van:
    •      – ernstige onthoudingsverschijnselen bij stoppen of minderen van gebruik, en/of
    •      – ernstig, herhaaldelijk agressief gedrag samenhangend met middelengebruik, en/of
    •      – ernstige symptomen van psychopathologie in combinatie met een stoornis in het gebruik van middelen, zoals psychotische symptomen, en/of
    •       – een belemmering van de reguliere begeleiding of behandeling in de jeugdhulp en jeugdbescherming ten gevolge van middelengebruik en daaraan verbonden problemen als geheugenproblemen.

In dit hoofdstuk bespreken we de basishouding en competenties van de professionals binnen de jeugdhulporganisaties. De inzichten die in dit hoofdstuk aan de orde komen zijn hoofdzakelijk practice-based. Zie hiervoor ook hulpmiddelenkaarten 3 en 4 in de Complete richtlijn (pdf).

Waarden en normen van de professional
Inleiding
Reageer!