Kindermishandeling

Interventies voor veiligheid en herstel

Drie typen interventies

Hieronder geven we een overzicht van beschikbare programma’s en interventies die ingezet kunnen worden om kindermishandeling te stoppen, herhaling te voorkomen en schadelijke gevolgen te beperken. De interventies zijn ingedeeld in drie groepen:

  • interventies die gericht zijn op het beïnvloeden van risicofactoren in gezinnen waarin mishandeling (nog) niet aan de orde is;

  • interventies die gericht zijn op het bevorderen van veiligheid;

  • interventies die gericht zijn op herstel (na trauma).

… Meer

Het overzicht van interventies is niet uitputtend en aan verandering in de tijd onderhevig. Het is de verantwoordelijkheid van de jeugdprofessional om het effect van interventies in de praktijk te monitoren.

Bij de interventies wordt vermeld of ze in de Databank Effectieve Jeugdinterventies (DEJ) zijn opgenomen. Daarnaast wordt voor een aantal interventies aangegeven wat de beoordeling van de werkzaamheid is door de expertgroep Trauma en Mishandeling van het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie (KJP; www.kenniscentrum-kjp.nl). Slechts een klein deel van de genoemde interventies is door deze expertgroep beoordeeld.

De DEJ hanteert de volgende beoordelingssystematiek:

  • goed onderbouwd: de interventie is goed beschreven en er is aannemelijk gemaakt dat gestelde doelen kunnen worden bereikt;

  • effectief volgens eerste aanwijzingen: uit onderzoek met zwakke of indicatieve bewijskracht (zoals bijvoorbeeld veranderingsonderzoek) blijkt dat voldoende effect optreedt, ook al staat nog niet vast dat dit effect (helemaal) door de interventie wordt veroorzaakt;

  • effectief volgens goede aanwijzingen: uit onderzoek met beperkte bewijskracht blijkt dat bepaalde doelen er in de praktijk beter mee worden bereikt dan met andere interventies of met niets doen;

  • effectief volgens sterke aanwijzingen: uit voldoende onderzoek met sterke of zeer sterke bewijskracht blijkt dat bepaalde doelen er in de praktijk beter mee worden bereikt dan met andere interventies of met niets doen.

… Meer

Als de interventie één van bovenstaande beoordelingen heeft, wordt de interventie als ‘erkend’ beschouwd. Als dat niet het geval is, wordt de interventie als ‘niet erkend’ omschreven. Sommige interventies die in navolgende paragrafen genoemd worden, zijn niet bij de DEJ aangemeld.

Het KJP hanteert de volgende beoordelingssystematiek:

  • werkzaam: uit experimenteel onderzoek en/of RCT’s blijkt de werkzaamheid;

  • werkzaamheid moet nog bewezen worden: de interventie is descriptief, theoretisch onderbouwd en er is een indicatie voor de werkzaamheid.

… Meer

1. Preventieve interventies in gezinnen waarin (nog) geen mishandeling speelt

In deze paragraaf bespreken we programma’s die zich richten op kwetsbare gezinnen met een verhoogde kans op kindermishandeling en gezinnen met beginnende (opvoed)problemen. Bij verdere escalatie zouden deze beginnende problemen kunnen leiden tot kindermishandeling. Te denken valt bijvoorbeeld aan gebrekkig toezicht door ouders, een inadequate manier van disciplineren, en overspannenheid en gevoelens van onmacht bij de ouders in de opvoeding.

Onderstaande programma’s beogen gedragsproblemen bij de jeugdige te voorkomen of te verminderen door het versterken van opvoedingsvaardigheden van de ouders en het benutten van het sociaal netwerk. Het gaat over het algemeen om jonge kinderen, niet ouder dan twaalf jaar.

  • Video-feedback Intervention to Promote Positive Parenting and Sensitive Discipline (VIPP-SD; Bakermans-Kranenburg, Van IJzendoorn, Pijlman, Mesman, & Juffer, 2008; Klein Velderman, Bakermans-Kranenburg, Juffer, & Van IJzendoorn, 2006; Van Zeijl et al., 2006);

  • Moeders informeren moeders (MIM; Hanrahan-Cahuzak, 2002) gebaseerd op Community Mothers Program (Molloy, 2002);

  • Home-Start (Asscher, 2005; Asscher, Deković, Prinzie, & Hermanns, 2008; Hermanns, Asscher, Zijlstra, Hoffenaar, & Deković, 2013);

  • Incredible Years (basis) (Pittige Jaren; Webster-Stratton, 2006; 2007);

  • Triple P Niveau 4 (Sanders, 2008; 2011);

  • Parent Management Training Oregon (PMTO; Ogden & Hagen, 2008);

  • Parent-Child Interaction Therapy (PCIT; Coelman, 2007).

… Meer

Deze programma’s zijn bedoeld voor alle ouders die extra steun bij de opvoeding kunnen gebruiken. Tijdens de huisbezoeken leren ouders onder andere met behulp van video-opnames strategieën aan om met het gedrag van hun (jonge) kind om te gaan. De programma’s hebben een cognitief-gedragsmatige aanpak: ouders oefenen met concreet, gewenst gedrag en leren dit toe te passen in de omgang met hun kinderen. Voorbeelden van belangrijke vaardigheden die ouders leren, zijn communicatievaardigheden, sensitief reageren, op een goede manier belonen en straffen, en time-outs geven.

MIM richt zich op moeders met een eerste kind tussen 0 en 18 maanden die onzeker zijn over de opvoeding en/of weinig ondersteuning ervaren vanuit hun sociale netwerk. Zie ook: www.moedersinformerenmoeders.nl.

Home-Start wil voorkomen dat alledaagse problemen van ouders met jonge kinderen uitgroeien tot ernstige en langdurige problemen. Getrainde vrijwilligers bezoeken gezinnen met ten minste één kind van zes jaar of jonger die behoefte hebben aan ondersteuning.

Drie programma’s richten zich op meer specifiek kwetsbare groepen:

  • Psycho-educatieve gezinsinterventie KOPP staat voor ‘Kinderen van Ouders met Psychische Problemen’. Deze kinderen lopen een vergroot risico om zelf psychische problemen te krijgen, en zijn kwetsbaar voor mishandeling. De psycho-educatieve gezinsinterventie KOPP is een interventie voor gezinnen met een jeugdige van negen tot veertien jaar waarin een van de ouders een psychiatrische stoornis heeft. Doel is te voorkomen dat jeugdigen zelf problemen ontwikkelen. Dat beoogt het programma door de communicatie binnen het gezin te stimuleren en de veerkracht van de jeugdige te versterken.

  • VoorZorg is een programma dat via de JGZ wordt ingezet, bedoeld voor jonge vrouwen die in verwachting zijn van hun eerste kind en verschillende problemen hebben. Tijdens het programma, dat zo vroeg mogelijk in de zwangerschap begint en doorloopt tot de jeugdige twee jaar is, worden risicofactoren systematisch aangepakt via huisbezoeken van een VoorZorg- Daardoor wordt het risico op kindermishandeling kleiner. Een recent onderzoek naar de effecten van VoorZorg laat zien dat kinderen van moeders die aan VoorZorg hebben meegedaan minder vaak gemeld werden bij Veilig Thuis.

  • HouVast is een ambulant zorgaanbod voor ouders met een lichte verstandelijke beperking (LVB) die opvoed- en opgroeiproblemen hebben of dreigen te krijgen. Het doel is dat de ouders in staat zijn om hun kinderen veilig en ‘goed genoeg’ op te voeden. Hiertoe wordt gemiddeld twee uur per week gewerkt aan acceptatie van hulp, het bouwen van een steunend netwerk en het vergroten van opvoedvaardigheden.

… Meer

Discussie

Bij gezinnen met een verhoogd risico op kindermishandeling hebben algemene huisbezoekprogramma’s die gebruik maken van video-interactiebegeleiding een gunstig effect op de kennis en opvoedingsvaardigheden van ouders. De VIPP-SD en de groepstraining Incredible Years (basis) zijn beide effectief in het bijsturen van opvoedgedrag. Ouders krijgen door deelname meer realistische verwachtingen van hun kinderen en zijn beter in staat om kinderen op een adequate manier te benaderen. Het is niet vastgesteld of beide programma’s ook daadwerkelijk kindermishandeling kunnen voorkomen, in de zin dat gezinnen minder vaak gemeld worden vanwege signalen van kindermishandeling.

Opvallend is dat er nauwelijks preventieve programma’s zijn die zich specifiek richten op vaders. Aan algemene preventieprogramma’s nemen vrijwel uitsluitend moeders deel.

Bekijk in hoofdstuk 9 van de Complete richtlijn een overzicht van preventieve interventies gericht op risicofactoren.

Programma's en methodieken gericht op veiligheid

In deze paragraaf gaat het om brede programma’s of methodieken die ingezet kunnen worden om kindermishandeling te stoppen en/of een veilige opvoedingssituatie te creëren ter voorkoming van een maatregel. Het gaat vrijwel altijd om gezinnen waarin al sprake is (geweest) van mishandeling of onveiligheid. De programma’s worden in de regel aanvullend op een kinderbeschermingsmaatregel aangeboden, of beogen expliciet een uithuisplaatsing te voorkomen. Door middel van intensieve hulp in de thuissituatie worden de vaardigheden van de gezinsleden verbeterd zodat een veilige gezinssituatie tot stand komt. In bijna alle programma’s wordt het netwerk van het gezin geactiveerd.

Programma’s die zich specifiek richten op jeugdigen die getuige zijn (geweest) van geweld tussen partners worden in een aparte paragraaf vermeld (zie verderop in deze paragraaf).

    … Meer

    Programma’s die zich richten op herstel of creëren van veiligheid, zijn:

    • Ambulante Spoedhulp (Al, Stams, Asscher, & Laan, 2014) biedt korte, intensieve hulp bij crisis in gezinnen met jeugdigen tot achttien jaar. De professional ordent de problematiek, ziet toe op veiligheid, helpt het netwerk te activeren, en vergroot de probleemoplossingsvaardigheden van de gezinsleden. Met het gezin stelt hij ten slotte doelstellingen voor vervolghulp vast en begeleidt hij de verwijzing, teneinde uithuisplaatsing te voorkomen. Onderzoek heeft laten zien dat het programma weliswaar geen uithuisplaatsing kan voorkomen, maar wel leidt tot een verbetering van het gezinsfunctioneren;

    • Multisysteem Therapie-Child Abuse and Neglect (MST-CAN; mst-nederland.nl) is een aangepaste variant van het behandelprogramma Multi Systeem Therapie (MST). Het gaat hier om een intensieve vorm van behandeling voor gezinnen met jeugdigen van zes tot zeventien jaar met ernstig antisociaal en delinquent gedrag. In de regel dreigt in dit soort situaties veelal een uithuisplaatsing naar een justitiële inrichting of een gesloten jeugdhulp-plus-instelling. De MST-CAN behandeling wil een alternatief zijn voor een dergelijke plaatsing.

    • De programma’s Intensieve Ambulante Gezinsbegeleiding (IAG; Van der Steege, 2005) (voorheen: Intensieve Orthopedagogische Gezinsbehandeling), Relationele Gezinstherapie (voorheen: Functionele Gezinstherapie) en Voorwaardelijke Interventie in Gezinnen (VIG; Heuves & Bartelink, 2010) bieden intensieve begeleiding aan gezinnen die meervoudige en ernstige problemen hebben en/of een langdurige hulpverleningsgeschiedenis. Doel is het verbeteren van het gezinsfunctioneren zodat de jeugdige er veilig kan opgroeien en zich kan ontwikkelen. Daarnaast is het aanleren van meer vaardigheden van belang, zodat het gezin gebruik kan maken van het eigen sociale netwerk. Intensieve Ambulante Gezinsbegeleiding (IAG) is erkend als ‘goed onderbouwd’ door de Erkenningscommissie (Jeugd)interventies.

    • Families First betreft intensieve crisishulp aan gezinnen met als doel om het gezin bij elkaar te houden en uithuisplaatsing van één of meer kinderen te voorkomen. Dit wordt bereikt via de volgende vijf subdoelen: 1. de gedragsproblemen van de jeugdigen zijn verminderd; 2. de competenties van de gezinsleden zijn vergroot; 3. de ervaren opvoedingsbelasting bij de ouders is verminderd; 4. de opvoedingsvaardigheden van de ouders zijn verbeterd en 5. de gezinsleden maken meer gebruik van hun sociale netwerk. De veiligheid van de kinderen staat voorop. De hulp duurt vier tot zes weken, sluit aan bij de behoeften van het gezin en is gericht op het vergroten van de competentie van gezinsleden door middel van het versterken van datgene wat goed gaat en het aanleren van nieuwe vaardigheden. Uit veranderingsonderzoeken naar de effectiviteit van Families First in Nederland blijkt dat de meerderheid van de kinderen bij beëindiging van de hulp nog thuis woont, ook na een follow-up. Er zijn positieve effecten gemeten op het functioneren van de kinderen in het gezin en op de ervaren opvoedingsbelasting bij de ouders.

    … Meer

    Ook zijn er werkwijzen zoals Veilig, Sterk & Verder, de Deltamethode en Signs of SafetyTM die in aanpak afwijken van de ‘traditionele’ programma’s. Het gaat bij deze werkwijzen namelijk niet zozeer om een enkele interventie, maar om een brede benadering van de gezinnen waarbij vooral de attitude van de professional centraal staat en ook andere interventies ingezet kunnen worden. Het zijn:

    • Veilig, Sterk & Verder (De Waag Nederland, 2013) is een behandelprogramma voor gezinnen waarin sprake is van stelselmatige of levensbedreigende mishandeling, of geweld tussen ouders. Traumabehandeling, daderbehandeling en interventies gericht op veiligheid vormen bouwstenen van het programma en worden geïntegreerd aangeboden. Het programma wordt momenteel onderzocht.

    • De Deltamethode (PI Research & Van Montfoort, 2009) is een werkwijze voor gezinsvoogden die werken met jeugdigen waarover een ondertoezichtstelling (OTS) is uitgesproken. Doel van de Deltamethode is de opheffing van de ontwikkelingsbedreiging van de jeugdige. In de werkwijze speelt de communicatie tussen de gezinsvoogd en het gezin een belangrijke rol, waarbij ook principes uit het oplossingsgericht werken toegepast worden. Onderzoek heeft laten zien dat gezinsvoogden die volgens de Deltamethode werken minder snel besluiten om de jeugdige uit huis te plaatsen en een OTS minder lang laten duren.

    • Signs of SafetyTM (Turnell & Edwards, 1999) is een van oorsprong Australische benaderingswijze en manier van werken die de eigen kracht van het gezin op respectvolle wijze beoogt te versterken, gebruik maakt van het sociaal netwerk en praktische handvatten biedt aan professionals, ouders en jeugdigen. De professional werkt vanuit partnerschap met ouders aan de veiligheid van kinderen. Daarbij worden er wel duidelijk bodemeisen gesteld ten aanzien van de veiligheid voor alle gezinsleden. Uitgangspunt van Signs of SafetyTM is dat ieder gezin, ook als sprake is van kindermishandeling of -verwaarlozing, beschikt over positieve eigenschappen en een sociaal netwerk, hoe beperkt ook. De vooronderstelling is dat dit sleutels zijn voor verbetering van de opvoedingspraktijk en de veiligheid van de jeugdige. Samen met het gezin en het eigen netwerk wordt gezocht naar wat er goed gaat in het gezin en hoe positieve elementen versterkt en ingezet kunnen worden als praktische oplossingen.

      Ouders en kinderen worden actief betrokken bij het zoeken naar praktische oplossingen voor de problemen in het gezin. Zij blijven zelf verantwoordelijk. Dit zorgt voor een beter draagvlak bij ouders en soms onconventionele, oplossingen kunnen worden gevonden dan die welke de professional aandraagt. Ouders en kinderen kunnen zo weer grip krijgen op hun leven en het veranderingsproces. Samen met ouders, jeugdigen en het sociale netwerk worden bereikbare doelen geformuleerd en wordt vastgelegd in een veiligheidsplan wie wat gaat doen om de veiligheid duurzaam te garanderen. De professional gebruikt daarbij gesprekstechnieken uit de oplossingsgerichte therapie. Signs of SafetyTM is een werkwijze die in toenemende mate in Nederland wordt toegepast. Signs of SafetyTM wordt in 2014 – 2016 onderzocht door TNO in samenwerking met het Nederlands Jeugdinstituut en Jeugdbescherming Noord (Drenthe en Groningen).

    … Meer

    Naast deze werkwijzen bestaat er voor gezinnen de mogelijkheid van de Eigen Kracht Conferentie, een van oorsprong Nieuw-Zeelandse methode die bedoeld is voor gezinnen die problemen ervaren in de ontwikkeling en/of opvoeding van hun kind en die samen met hun sociale netwerk (zonder de eigen professionele hulpverleners) een plan willen maken om die problemen op te lossen, te verminderen of draaglijk te maken. In een Eigen Kracht Conferentie nemen gezinnen zelf de verantwoordelijkheid om problemen op te lossen met hulp van hun sociale netwerk. Gemiddeld nemen veertien mensen deel aan een Eigen Kracht Conferentie. Het betreft louter een methodiek om te beslissen over gewenste hulp en om het netwerk te activeren.

    Eigen Kracht Conferenties worden georganiseerd door de Eigen Kracht Centrale. Deze instantie werkt met professionals die een training gevolgd hebben in het uitvoeren van de Eigen Kracht Conferenties. Zowel de Eigen Kracht Centrale als de coördinator is onafhankelijk en niet verbonden aan een beslissingsbevoegde of hulpverlenende instantie. In de praktijk blijkt de Eigen Kracht Conferentie regelmatig ingezet te worden in situaties waarin een kinderbeschermingsmaatregel dreigt of zelfs van kracht is. Uit onderzoek blijkt dat ook wanneer de rechter een ondertoezichtstelling heeft uitgesproken over een of meerdere kinderen in een gezin, de Eigen Kracht Conferentie een geschikt middel is om hulp op gang te brengen samen met het netwerk, de sociale cohesie te versterken en de veiligheid van de jeugdige te waarborgen.

    Discussie

    Intensieve pedagogische thuishulp (zoals VIG en Relationele gezinstherapie) is in zoverre effectief dat het de scherpe kantjes van de gezinsproblemen af haalt. Bij afsluiting van de hulp heeft het merendeel van de gezinnen echter nog steeds aanzienlijke problemen. Of de intensieve pedagogische thuishulp ook daadwerkelijk leidt tot een afname van het aantal meldingen van kindermishandeling, is niet onderzocht.

    Uit internationale studies blijkt dat intensieve thuishulpprogramma’s in crisissituaties wél minder kindermishandeling tot gevolg hebben. Een belangrijke kanttekening hierbij is dat intensieve thuishulpprogramma’s vooral effectief zijn in gezinnen waarin fysieke mishandeling aan de orde is. Bij langdurige verwaarlozing zijn intensieve thuishulpprogramma’s het minst effectief, terwijl de hulp wel effectief kan zijn in gezinnen waarbij de verwaarlozing nog maar kortgeleden begon.

    Benaderingen zoals Veilig, Sterk & Verder, Signs of SafetyTM en de Deltamethode worden veel toegepast in de praktijk. Anders dan bij intensieve thuisbegeleiding wordt hier nadrukkelijk ingezet op het versterken van de positieve krachten en het sociale netwerk van gezinnen. Naar verwachting hebben dergelijke methodieken een gunstig effect op de veiligheid van de jeugdige omdat ouders zich mogelijk meer gerespecteerd en empowered voelen.

    Er is weinig onderzoek naar de werkzaamheid van Eigen Kracht Conferenties. Er worden soms positieve resultaten behaald, maar diverse onderzoekers plaatsten hier kanttekeningen bij. De impact van de Eigen Kracht Conferentie op het sociale netwerk is nauwelijks onderzocht. Onderzoek loopt momenteel vanuit de Universiteit van Amsterdam.

    Bekijk voor een overzicht van programma’s en methodieken gericht op veiligheid hoofdstuk 9 in de Complete richtlijn.

    3. Interventies gericht op herstel

    We beschrijven hier interventies die gericht zijn op de (therapeutische) behandeling van jeugdigen om de negatieve gevolgen van het (seksueel) misbruik zo veel mogelijk tegen te gaan. Vervolgens wordt ingegaan op interventies gericht op jeugdigen die getuige zijn geweest van huiselijk geweld.

    • Traumagerichte Cognitieve GedragsTherapie (TF-CGT) is een individuele behandeling voor jeugdigen in de leeftijd van drie tot achttien jaar, bij wie sprake is van ernstige trauma-gerelateerde symptomen, (complexe) posttraumatische stress-stoornis (PTSS), angst, depressie en gedragsproblemen als gevolg van seksueel misbruik of getuige zijn geweest van geweld tussen ouders. De behandeling omvat twaalf tot zestien sessies en de ouders worden intensief bij de behandeling betrokken.

    • Eye Movement Desensitization & Reprocessing (EMDR) is een behandelmethode voor jeugdigen (en volwassenen) die lijden aan trauma-gerelateerde stoornissen, waaronder PTSS. Bij eenmalig trauma duurt de behandeling slechts enkele sessies. Bij meervoudige of langdurige traumatisering, zoals incest, seksueel misbruik en mishandeling zijn meer sessies nodig. Bij de therapie voor jeugdigen worden altijd de ouders of verzorgers intensief bij de behandeling betrokken (emdr.nl) tenzij er gegronde redenen zijn om daar van af te wijken.

    • De Horizonmethodiek is een cognitief-gedragsmatige groepsbehandeling voor jeugdigen (4-12 jaar) die seksueel misbruik hebben meegemaakt binnen of buiten hun gezin. Doel is de negatieve gevolgen van het misbruik voor het (sociale) functioneren van de jeugdige te herstellen. Ouders leren hun kind optimaal steun te bieden.

    • STEPS is een groepstherapie voor pubermeisjes (13-18 jaar) en hun ouders. De meisjes hebben eenmalig seksueel geweld hebben meegemaakt en daardoor een posttraumatische stress-stoornis ontwikkeld. Uit evaluatieonderzoek van Broeren blijkt dat meisjes direct na de behandeling minder klachten hadden.

    • Asja is een gestructureerd programma voor meisjes van 12 tot 23 jaar die via loverboys in de prostitutie terecht zijn gekomen of die het risico lopen daarin te belanden. Het programma is erop gericht de meisjes afstand te laten nemen van dat verleden en een nieuw begin te maken. Afhankelijk van de ernst van de problemen duurt het programma zes tot twaalf maanden.

    • WRITEjunior is een schrijftherapie voor getraumatiseerde jeugdigen. Tijdens individuele sessies beschrijft de jeugdige samen met de therapeut het verhaal van het trauma op de computer. De therapie is gericht op het verwerken van herinneringen aan ingrijpende ervaringen die de jeugdige hebben getraumatiseerd, waardoor PTSS-klachten zijn ontstaan. Bij de behandeling worden de ouders ook altijd betrokken tenzij er gegronde redenen zijn om daar van af te wijken.

    … Meer

    Concluderend: Traumagerichte Cognitieve Gedragstherapie (TF-CGT) en EMDR worden (op basis van internationale studies) gezien als effectieve methoden voor de behandeling van posttraumatische stress die zich kan voordoen bij verschillende typen mishandeling (Gezondheidsraad). De Nederlandse Horizonmethodiek (een vorm van traumagerichte cognitieve gedragstherapie) is veelbelovend voor de behandeling van seksueel misbruikte jeugdigen.

    Een overzicht van interventies gericht op herstel staat in hoofdstuk 9 van de Complete richtlijn.

    Interventies voor jeugdigen die getuige zijn geweest van geweld in huis

    De gevolgen van blootstelling aan partnergeweld tussen de ouders, als vorm van kindermishandeling, zijn schadelijk en vergelijkbaar met de gevolgen die jeugdigen ondervinden wanneer zij zelf mishandeld worden.

    Tierolf, Lünnemann en Steketee adviseren voor duurzaam herstel in deze gezinnen een ‘gelaagde’ aanpak, bestaande uit:

    • bescherming en stoppen van het geweld;

    • aanpak van risicofactoren die het geweld in stand houden;

    • praktische hulp bij de consequenties van relationeel geweld (huisvesting, financiën);

    • behandeling van de problematiek van alle gezinsleden;

    • pedagogische hulp voor een veilige opvoeding.

    … Meer

    Hulp aan gezinnen waarin partnergeweld speelt is in eerste instantie gericht op het creëren van veiligheid. Het stoppen van het geweld heeft een gunstige invloed op traumaklachten bij jeugdigen en vergroot hun emotionele veiligheid. Naast de hulp voor ouders zelf is het belangrijk dat ouders zich bewust worden van de gevolgen van partnergeweld voor hun kind(eren) en leren het geweld met hen bespreekbaar te maken. Een belangrijk deel van deze jeugdigen heeft tevens gespecialiseerde traumabehandeling nodig. Daarnaast zijn er laagdrempeliger programma’s voor jeugdigen die getuige zijn geweest van partnergeweld.

    Er zijn twee interventies die zich specifiek richten op hulp na partnergeweld en mishandeling van (stief-) broertjes of zusjes.

    • Let op de kleintjes is een psycho-educatieve cursus voor jeugdigen die getuige zijn (geweest) van partnergeweld, en hun moeders. De cursus beoogt in de eerste plaats de jeugdigen bewust te maken van de gevoelens die ze onder druk van de omstandigheden hebben weggestopt. In de loop der jaren is Let op de kleintjes verder ontwikkeld en aangepast voor verschillende doelgroepen, zodat er nu een aantal varianten bestaat, onder andere En nu ik…!

    • Storm en Spetters is een cursus voor jeugdigen van vier tot zeven jaar die getuige zijn geweest van partnergeweld en voor hun (verzorgende) ouders. In zeven groepsbijeenkomsten werken ouders en jeugdigen zowel samen als apart aan vijf thema’s met als doel posttraumatische stress-symptomen en internaliserend en externaliserend probleemgedrag bij de jeugdigen te voorkomen of verminderen. Daarnaast is er een kennismakings- en eindgesprek en een bijeenkomst voor de niet-verzorgende ouder.

    … Meer

    Concluderend: voor gezinnen waarin partnergeweld heeft plaatsgevonden lijken interventies gericht op het hele systeem van het gezin veelbelovend. Een systeemgerichte benadering is nodig in deze gezinnen. Met name om de internaliserende en externaliserende gedragsproblemen van jeugdigen verminderen.

    Zie voor een overzicht van de interventies voor jeugdigen die getuige zijn geweest van geweld in huis hoofdstuk 9 in de Complete richtlijn.

    Bevorderende factoren voor interventies
    Kinderbeschermingsmaatregelen
    Reageer!