Kindermishandeling

Als je je zorgen maakt

Stap 0: Overwegen: kàn er sprake zijn van kindermishandeling?

Aan stap 1 van de meldcode gaat in feite een ‘Stap 0’ vooraf: het constateren van gedragingen, fysieke kenmerken en risicofactoren die een signaal van kindermishandeling kunnen zijn: de jeugdprofessional en/of anderen maken zich zorgen en kindermishandeling kan een van de verklaringen zijn. Deze alertheid op mogelijke signalen van kindermishandeling moet behoren tot de basishouding van iedere jeugdprofessional.

Jeugdprofessionals moeten standaard bij de intake van nieuwe cliënten, actief vragen naar de veiligheid in het gezin – in brede zin en voor alle gezinsleden. Er is in Nederland geen standaard voor dit actief vragen. Belangrijk is dàt veiligheidsthema’s zoals partnergeweld, ervaring in de eigen jeugd, omgaan met conflicten etc. aan bod komen zodat daarop doorgevraagd en -gesproken kan worden of zodat jeugdprofessional, ouders en jeugdigen daar later op terug kunnen komen. Doe dat in neutrale bewoordingen, bijvoorbeeld: hebben jullie wel eens ruzie? Wat gebeurt er dan? Hoe lossen jullie dat op? Het vragen ernaar normaliseert bovendien het praten over veiligheid in het gezin, ook al is dat op een ander moment, en leidt op zichzelf tot bewustwording bij betrokkenen.

Naar voorbeeld van de Richtlijn Kindermishandeling uitgegeven door het National Institute for Health and Care Excellence maken we onderscheid tussen het in overweging nemen (‘consider’) van kindermishandeling en het vermoeden of verdenken (‘suspect’) van kindermishandeling. Dat wil zeggen:

  • overwegen: kindermishandeling kan een verklaring zijn voor hetgeen geconstateerd is. Op basis van gevonden verklaringen kan de uitkomst zijn dat in het geheel geen sprake is van kindermishandeling of dat een derde – dus niet de (verzorgende) ouders – daarvan de pleger is;

  • vermoeden of – sterker – verdenken: er zijn sterke aanwijzingen voor kindermishandeling maar dit kan (nog) niet aangetoond worden.

… Meer

In hoofdstuk 5 is op basis van wetenschappelijke literatuur een aantal signalen genoemd. Overzichtslijsten van signalen zijn echter nooit uitputtend en de signalen van kindermishandeling zijn aspecifiek, dat wil zeggen: ze kunnen ook op andere problematiek duiden. Bij het beoordelen of gedragingen, uiterlijke kenmerken, letsel etc. een signaal van kindermishandeling zijn, moet de jeugdprofessional nagaan in welke richting de verklaringen wijzen en of die daarvoor passend zijn. Hij doorloopt dan de volgende stappen:

    … Meer

    1. De jeugdprofessional overweegt kindermishandeling en vraagt bij de ouders na wat verklaringen kunnen zijn voor hetgeen hij bij de jeugdige of omgeving geconstateerd heeft. Een overweging wordt een vermoeden of verdenking van kindermishandeling wanneer deze verklaringen (Richtlijn Kindermishandeling, National Institute for Health and Care Excellence)

    • niet consistent zijn;

    • niet aannemelijk zijn;

    • niet consistent zijn;

      • ten aanzien van de jeugdige zelf: (hoe de jeugdige zich presenteert; hoe de jeugdige zich medisch presenteert; wat de jeugdige normaliter doet; wat de jeugdige zelf zegt; in relatie tot (ontwikkelings)leeftijd;)
      • tussen ouders onderling;
      • in de tijd;
      • voortkomen uit (culturele of religieuze) overtuigingen maar niet stroken met de veiligheid van jeugdigen (bijvoorbeeld wanneer het slaan van jeugdigen wordt verklaard vanuit het geloof).

    … Meer

    2. Wanneer de jeugdprofessional geen andere passende verklaringen vindt voor hetgeen hij geconstateerd heeft bij de jeugdige, de zorgen blijven bestaan en er om die redenen een vermoeden of verdenking van kindermishandeling ontstaat, treedt de meldcode in werking.

    Stap 1: De situatie in kaart brengen (exploratiefase)
    Inleiding
    Reageer!