Kindermishandeling

In de Richtlijn Kindermishandeling staat de veiligheid van jeugdigen voorop. Doel van deze richtlijn is om professionals in de jeugdhulp en jeugdbescherming een gedragen (wetenschappelijk) onderbouwd fundament te bieden voor het handelen bij (mogelijke) kindermishandeling en –verwaarlozing.

Naar Hoofdstukken

Zoeken

Uit de praktijk

‘"De openheid en het vertrouwen waarmee deelnemers aan de cliëntentafel over hun eigen ervaringen praatten, raakten me." ’

Remy Vink Onderzoeker bij TNO

Lees het verhaal van Remy Vink

Uit de praktijk

‘Je krijgt pas een helder beeld als je de dialoog aangaat met de cliënten.’

Ellen Hazebroek deelnemer van de cliëntentafel

Lees het verhaal van Ellen

?>

Kernaanbevelingen van deze richtlijn

  • Weet wat de belangrijkste, wetenschappelijk onderbouwde risicofactoren, beschermende factoren en signalen van kindermishandeling zijn, maar besef dat deze factoren in ieder individueel geval anders werken en niet per se tot kindermishandeling hoeven te leiden.

  • Praat met ouders en jeugdigen over de (vroegere, huidige en verwachte) veiligheid in het gezin. Stel hierover standaard, in ieder geval bij de intake, neutraal geformuleerde vragen aan ouders en jeugdigen.

  • Overweeg altijd bij alles wat je als afwijkend, opvallend of zorgelijk opmerkt bij jeugdigen en hun ouders: kàn hier sprake zijn van kindermishandeling?

  • Bij een vermoeden of verdenking van kindermishandeling: werk altijd in de geest van en volgens de Wet Verplichte Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling.

  • Ga na of er sprake is van een acuut onveilige of levensbedreigende situatie voor de jeugdige en de eventuele broertjes of zusjes, en handel in dat geval direct: overleg met je leidinggevende, gedragswetenschapper, Veilig Thuis, en eventueel met de Raad voor de Kinderbescherming en politie. Zie de Richtlijn Crisisplaatsing en de Richtlijn Uithuisplaatsing. Overleg en stem af met de politie (en Veilig Thuis) wanneer er sprake is van: een mogelijk strafbaar feit, ernstige vormen van lichamelijke kindermishandeling, lichamelijke verwaarlozing, seksueel misbruik, eergerelateerd geweld, vrouwelijke genitale verminking of huwelijksdwang.

  • Breng de situatie in kaart door informatie te verzamelen over wat er goed gaat en waarover er zorgen bestaan ten aanzien van:

    • de veiligheid van de jeugdige (gebruik de CFRA, CARE-NL, LIRIK, Delta Veiligheidslijst of een triage-instrument);
    • de psychische gesteldheid van de jeugdige (screen onder andere op trauma-symptomen met de CRIES-13);
    • de lichamelijke gesteldheid van de jeugdige (denk onder andere aan het Landelijk Expertisecentrum Kindermishandeling of Centrum Seksueel Geweld voor advies of consult);
    • de beide ouders, als persoon (Kindcheck) en als opvoeder (gebruik een gevalideerde vragenlijst zoals PVL (bij kinderbeschermingsmaatregel), GVL of OBVL voor de opvoedingskwaliteit);
    • de omgeving van de jeugdige en het gezin (sociaal netwerk).

  • Overleg met ouders en jeugdigen en betrek hen in het gehele proces, tenzij er gegronde redenen zijn om daarvan af te wijken (bijvoorbeeld in verband met veiligheid). Respecteer alle gezinsleden als individuen die het waard zijn om mee te werken.

  • Weeg alle (ongunstige en gunstige) factoren, de ernst en het risico, en blijf dit gedurende het gehele proces telkens weer doen bij nieuwe informatie en signalen.

  • Raadpleeg collega’s, aandachtsfunctionaris kindermishandeling, andere professionals en Veilig Thuis en werk met hen samen. Beslis nooit alleen.

  • Bij ouders met een verhoogd risico op kindermishandeling: organiseer een opvoedingsondersteunend programma of bied er een aan zoals VIPP-SD, MIM, Home-Start, Incredible Years (basis), Parent-Child Interaction Therapy (PCIT), PMTO en Triple P niveau 4. Denk voor bepaalde risicogroepen aan:

    • Psycho-educatieve gezinsinterventie KOPP (bij psychische problemen van de ouders);
    • VoorZorg (bij hoogrisico jonge zwangeren/moeders);
    • HouVast (voor LVB-ouders).
    Om veiligheid tot stand te brengen richt je je op het aangaan van partnerschap met ouders en jeugdigen; werk met het gehele gezin en het sociaal en professioneel netwerk samen via programma’s zoals Ambulante Spoedhulp, MST-CAN, IAG, VIG, RGT of Families First of werkwijzen zoals Veilig Sterk & Verder of Signs of SafetyTM en de Deltamethode (indien Kinderbeschermingsmaatregel). Overweeg of een Eigen Kracht Conferentie toegevoegde waarde heeft. Organiseer voor jeugdigen die slachtoffer zijn van kindermishandeling minimaal psychoeducatie die hen onder andere ‘ontschuldigt’ en leg uit dat iedere jeugdige recht heeft op veiligheid. Organiseer voor jeugdigen die getuige zijn geweest van partnergeweld een preventief programma zoals Let op de kleintjes (en varianten). Ga na of aanvullende (trauma)behandeling nodig is: Traumagerichte Cognitieve Gedragstherapie (TF-CGT) zoals de Horizonmethodiek (bij kindermishandeling, getuige van partnergeweld en seksueel misbruik) of STEPS (specifiek bij seksueel misbruik). Ga na of EMDR nodig is. Bij verwaarlozing: organiseer de volgende hulpvormen (gelijktijdig):
    • hulp gericht op de eigen (psychiatrische en psychosociale) problemen;
    • hulp gericht op opvoedvaardigheden;
    • hulp gericht op het vervullen van de basisbehoeften van jeugdigen.

  • Blijf leren en je ontwikkelen in de benodigde competenties (kennis, attitude, vaardigheden) en vraag om randvoorwaarden (bv. scholing, ‘practice leadership’) die dat mogelijk maken.

Als je je zorgen maakt

Wat moet je doen bij signalen van en risicofactoren voor kindermishandeling?

Lees verder

Werken met deze richtlijn

Naast het raadplegen van de Richtlijn Kindermishandeling voor jeugdhulp en jeugdbescherming, zijn er ook een aantal tools beschikbaar: een werkblad en een presentatie.

Tools

Reageer!