Ernstige gedragsproblemen

Signalering en diagnostiek

Het vaststellen van ernstige gedragsproblemen start met screening. Geschikte screeningsinstrumenten zijn de CBCL, de SDQ en de SEV. Na een eerste vaststelling van ernstige gedragsproblemen, is nader diagnostisch onderzoek op zijn plaats.

Zet bij kinderen tot twaalf jaar een oudertraining in. Levert deze onvoldoende op, bied kinderen van acht tot twaalf jaar dan óók cognitieve gedragstherapie aan. Zet bij jongeren vanaf twaalf jaar cognitieve gedragstherapie en een multisysteeminterventie in.

Creëer een voorspelbare en stimulerende omgeving zodat gewenst gedrag bevorderd wordt. Bekrachtig gewenst gedrag, leer de jeugdige nieuwe vaardigheden aan, negeer ongewenst gedrag en geef zo nodig een milde straf.

Help de jeugdige vaardiger te worden in het oplossen van problemen, zelfmanagement, het waarnemen van situaties en het trekken van juiste conclusies over oorzaak en gevolg. Laat het achterhalen en uitdagen van storende gedachten over aan hiertoe opgeleide cognitief gedragstherapeuten.

Neem in samenspraak met ouders en jeugdige altijd contact op met school. Stel vervolgens samen met ouders, school en jeugdige één plan op waarin staat hoe de gedragsproblemen zullen worden aangepakt en de jeugdige op school kan blijven.

Normaal lastig gedrag

Perfecte kinderen bestaan niet: ook kinderen zonder ernstige gedragsproblemen vertonen wel eens lastig gedrag. Tweejarigen slaan, schoppen en bijten vaker dan op welke andere leeftijd ook. Ook is het heel normaal dat kinderen regelmatig ongehoorzaam zijn. Onderzoek laat zien dat normale jonge kinderen aan ongeveer 20 tot 40 procent van de verzoeken van hun ouders niet gehoorzamen. Bij jongens rond de elf jaar loopt dit zelfs op naar 50 procent. Verder komen woede-uitbarstingen geregeld voor: wanneer kinderen vier jaar oud zijn hebben zij gemiddeld om de dag een woede-uitbarsting, bij peuters is dit dagelijks. Deze voorbeelden laten zien dat het heel normaal is dat kinderen soms driftig, agressief en lastig zijn.

Ook kinderen zonder ernstige gedragsproblemen zijn wel eens driftig, agressief of lastig.

Het gedrag dat kinderen laten zien hangt samen met de taken die ze in verschillende ontwikkelingsfasen moeten vervullen. Biologische veranderingen, sociale veranderingen en veranderende eisen vanuit de omgeving vragen van het kind nieuw gedrag. Tijdens het opgroeien staat het kind voor verschillende ontwikkelingstaken. Zo staan kinderen tussen de 2,5 en 4,5 jaar onder meer voor de taak om hun impulsen te leren beheersen. Voor kinderen in de leeftijd van acht tot en met tien jaar is het sluiten van vriendschappen een belangrijke ontwikkelingstaak. Jongeren vanaf zestien jaar hebben onder meer als taak een toekomstperspectief te ontwikkelen.

Wil je hier op reageren of heb je vragen? Neem dan contact met ons op.

Ernstige gedragsproblemen herkennen
Inleiding
Reageer!