ADHD

Interventies

Overige interventies

Interventies die wel eens voor de behandeling van ADHD worden gebruikt, zijn: (neuro)cognitieve interventies, dieetinterventies, mindfulnesstraining, psychomotore therapie en speltherapie. De werkzaamheid van deze interventies voor ADHD is echter (nog) onvoldoende onderbouwd en bewezen. Deze interventies dienen niet te worden opgenomen in het standaardaanbod voor ADHD binnen de jeugdhulp en jeugdbescherming.

(Neuro)cognitieve interventies

Er zijn twee typen neurocognitieve interventies voor de behandeling van ADHD: neurofeedback en cognitieve trainingen.

Neurofeedback

Neurofeedback gaat ervan uit dat ADHD-gedrag wordt veroorzaakt door een afwijkend patroon van hersengolven. In de neurofeedback training wordt deze hersengolfactiviteit omgezet in beelden, geluiden of trillingen. Met behulp van deze ‘feedback’ (terugkoppeling) kan de persoon via operante conditionering de eigen hersenactiviteit beïnvloeden. Verondersteld wordt dat hierdoor de ADHD-symptomen afnemen.

Conclusie op basis van wetenschappelijk onderzoek
De effectiviteit van neurofeedback is nog onduidelijk.

Beschikbare programma’s
Er zijn in Nederland verschillende bureau’s die neurofeedback aanbieden.

Cognitieve trainingen

ADHD wordt steeds vaker in verband gebracht met gebrekkige executieve functies zoals werkgeheugen en inhibitie (zie het ontstaan van ADHD). In cognitieve trainingen worden deze zwakke functies getraind door middel van oefeningen, meestal op de computer. Men gaat er daarbij vanuit dat de neuronale structuren voor executieve functies beïnvloed kunnen worden door intensieve herhaling, oefening en feedback, waardoor het gedrag van de jeugdige met ADHD zal verbeteren. De meeste trainingen richten zich op het werkgeheugen, maar er zijn ook trainingen die meerdere executieve functies tegelijk trainen.

Conclusie op basis van wetenschappelijk onderzoek
Cognitieve trainingen hebben gunstige effecten laten zien op de prestatie van jeugdigen met ADHD op executieve functie taken uit het laboratorium, maar niet op hun zelfregulatie thuis en op school.

Beschikbare programma’s
Bekende neurocognitieve programma’s die systematisch zijn onderzocht zijn Cogmed RM (cogmed-nl@pearson.com) en Braingame Brian.

Dieetinterventies

Over de rol van voeding bij ADHD bestaan twee hypothesen: (1) ADHD symptomen worden veroorzaakt of verergerd door een tekort aan bepaalde voedingsstoffen (bijvoorbeeld meervoudig onverzadigde vetzuren zoals omega-vetzuren), en (2) bepaalde stoffen in het voedsel (bijvoorbeeld noten en kunstmatige kleurstoffen) veroorzaken of verergeren ADHD symptomen. Via speciale diëten waarmee men specifieke voedingsstoffen systematisch weglaat, bijvoorbeeld het Restrictie Eliminatie Dieet (RED), of toevoegt (bijvoorbeeld vrije vetzuren) zoekt men uit of dit de ADHD-symptomen bij een jeugdige vermindert of juist verergert. De discipline die nodig is om bijvoorbeeld een restrictie-eliminatie dieet uit te voeren, vraagt bijzonder veel inzet en inspanning van de jeugdige en zijn ouders.

Conclusie op basis van wetenschappelijk onderzoek
Sommige onderzoeken vinden geen of een klein effect en andere vinden grote effecten. Deze verschillen hangen ook samen met methodologische kenmerken van de onderzoeken. Er zijn wel aanwijzingen dat een klein percentage jeugdigen met ADHD specifiek gevoelig is voor bepaalde kunstmatige stoffen en goed reageert op een eliminatiediëet.

Mindfulnesstraining

Mindfulnesstraining is gebaseerd op Oosterse meditatietechnieken en probeert het bewustzijn van het moment, het hier-en-nu, te vergroten en automatisch reageren te verminderen. Verondersteld wordt dat mindfulnesstraining met concentratie- en zelfcontrole-oefeningen ADHD-symptomen bij zowel ouders als de jeugdige met ADHD kan verminderen.

Conclusie op basis van wetenschappelijk onderzoek
De wetenschappelijke onderbouwing is nog te mager om conclusies over de werkzaamheid te kunnen trekken.

Psychomotorische- en speltherapie

In de praktijk wordt voor het versterken van de emotieregulatie ook regelmatig psychomotorische therapie of speltherapie ingezet. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer cognitieve gedragstherapie niet past bij de leeftijd of de (verstandelijke) problematiek van de jeugdige, of wanneer cognitieve gedragstherapie niet de gewenste effecten heeft.

Conclusie op basis van wetenschappelijk onderzoek
Er is geen systematisch effectonderzoek beschikbaar waarmee de effectiviteit van psychomotorische- en speltherapie voor jeugdigen met ADHD bepaald kan worden.

Algemene conclusie
Gezien de beschikbare onderzoeksresultaten is de behandeling met de in deze paragraaf besproken interventies vooralsnog onvoldoende onderbouwd en bewezen om binnen de jeugdhulp als standaardaanbod toe te passen voor jeugdigen met ADHD.

Ondersteuning bij gebruik van medicatie
Residentiële interventies
Reageer!