ADHD

Internationaal onderzoek wijst uit dat 3 tot 5 procent van de jeugd onder de zestien jaar ADHD heeft. Dat betekent dat er in Nederland zestig- tot honderdduizend kinderen en jongeren met ADHD rondlopen. Jeugdprofessionals die in de jeugdhulp en jeugdbescherming werken, treffen vaak kinderen en jongeren met verschillende problemen van sociale, emotionele en gedragsmatige aard. ADHD kan daar deel van uitmaken. Met behulp van de Richtlijn ADHD voor jeugdhulp en jeugdbescherming gaat de jeugdprofessional na welke betekenis dit heeft voor de verdere behandeling of begeleiding.

Naar Hoofdstukken

Zoeken

Uit de praktijk

‘"In ieder team hebben wij een aandachtsfunctionaris - de Chef ADHD - aangesteld." ’

Remy Meesters MST-therapeut

Lees het verhaal van Remy Meesters

Uit de praktijk

‘De cliëntentafel is van grote waarde bij de richtlijnontwikkeling in de jeugdhulp.’

René, Jolanda en Geurt Projectleiders van diverse richtlijnen

Lees het verhaal van René, Jolanda en Geurt

?>

Signalering, screening en diagnostiek

  • Gebruik een valide instrument voor ADHD screening, zoals de SEV, de AVL of de CBCL (en/of de varianten TRF, YSR) bij jeugdigen van zes tot achttien jaar.

  • Gebruik een goed en gedetailleerd semigestructureerd interview met de ouders (bijvoorbeeld PICS-4 en de K-DBDS) en de school (of andere context) (bijvoorbeeld TTI-4 bij leerkrachten), om te komen tot een afgewogen klinisch oordeel of een jeugdige al dan niet voldoet aan de diagnostische criteria voor ADHD.

?>

Interventies

  • Begin bij jeugdigen met ADHD altijd met psycho-educatie op maat aan de jeugdige zelf, de ouders en de leerkracht. Bied de jeugdige geen psycho-educatie als de meerwaarde hiervan ontbreekt of schadelijke effecten kunnen ontstaan zoals stigmatisering. Weeg leeftijd en ontwikkelingsniveau, ernst van de problemen en behoefte van de jeugdige hierbij mee.

  • Bied, als er zorgen blijven over het gedrag, ouder- en leerkrachttraining standaard aan bij a. jeugdigen jonger dan zes jaar; b. jeugdigen tussen zes en achttien jaar met milde tot matige ADHD; c. j eugdigen tussen zes en achttien jaar die reeds op medicatie zijn ingesteld of waarvan ouders en jeugdige de voorkeur geven aan oudertraining in plaats van medicatie als eerste keus behandeling. Gebruik training van de ouders in de thuissituatie bij voorkeur pas nadat dit eerst in de instelling aangeboden is.

  • Ondersteun de leerkracht (nadat toestemming van de ouders verkregen is) in het toepassen van gedragstherapeutische technieken in de klas als onderdeel van het hulpaanbod wanneer de jeugdige beperkingen ondervindt in het functioneren op school.

  • Interventies voor jeugdigen met ADHD moeten worden uitgevoerd door gedragstherapeutisch geschoolde professionals die getraind zijn in de betreffende interventie en de voor de behandeling vereiste werkbegeleiding of supervisie krijgen.

  • Weet wie verantwoordelijk is voor de medicamenteuze behandeling en heb, in overleg met ouders en jeugdige, waar nodig contact met de arts(en) over het beleid.

?>

Pedagogisch klimaat in school en (dag)klinische groepsbehandeling en de samenwerking tussen ouders, school en jeugdprofessionals

  • Betrek altijd de ouders van de jeugdige tijdig, frequent en consequent in iedere fase.

  • Bekrachtig zeer frequent en onmiddellijk volgend op het gedrag om gedragsverandering te bewerkstelligen. Bied daarbij aantrekkelijke en afwisselende bekrachtigers.

  • Zorg ervoor dat de communicatie met de jeugdige en de ouders niet beperkt wordt tot het bespreken van problemen en stagnaties, maar ook gaat over positieve ontwikkelingen en zaken die goed gaan.

Pedagogisch klimaat

Wat is een passend pedagogisch klimaat voor jeugdigen met ADHD? En hoe kunnen beroepsopvoeders het functioneren van jeugdigen met ADHD op school en in andere leefomgevingen bevorderen?

Naar dit hoofdstuk

Aan de slag met deze richtlijn

Naast het raadplegen van de Richtlijn ADHD voor jeugdhulp en jeugdbescherming, zijn er ook een aantal tools beschikbaar: een werkblad en een presentatie.

Naar de tools-pagina

Reageer!